Toch privé rijden met de auto van de zaak?

Pas op voor een onverwachte naheffing!

Een auto van de zaak is voor veel werknemers een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde. Maar wat gebeurt er als een medewerker eerst aangeeft de auto niet privé te gebruiken en daar gedurende het jaar toch anders over denkt? Dat kan financieel behoorlijk tegenvallen. De bijtelling kan namelijk ook betrekking hebben op de maanden waarin de medewerker nog helemaal niet privé reed.

Wanneer hoef je geen bijtelling te betalen?

Een werknemer met een auto van de zaak hoeft geen bijtelling te betalen als hij kan aantonen dat hij op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt. Hiervoor kan de werknemer bij de Belastingdienst een Verklaring geen privégebruik auto aanvragen. Met deze verklaring mag de werkgever de bijtelling achterwege laten. De werknemer moet wel kunnen aantonen dat hij binnen de toegestane kilometergrens blijft, bijvoorbeeld met een sluitende rittenregistratie.

Wat als een medewerker gedurende het jaar toch privé gaat rijden?

Stel, een medewerker heeft vanaf 1 januari een leaseauto en beschikt over een Verklaring geen privégebruik auto. Hij rijdt uitsluitend zakelijk en er wordt daarom geen bijtelling toegepast. Op 1 oktober besluit hij de auto toch privé te gaan gebruiken. Hij verwacht daarmee de grens van 500 privékilometers in dat kalenderjaar te overschrijden. De medewerker moet zijn verklaring dan intrekken bij de Belastingdienst. De werkgever begint vanaf oktober met het toepassen van de bijtelling.

Maar let op: daarmee is de kous niet af!

Omdat de grens van 500 privékilometers over het hele kalenderjaar wordt beoordeeld, is ook over januari tot en met september bijtelling verschuldigd. De werknemer kan hiervoor een naheffingsaanslag van de Belastingdienst ontvangen.

Een flinke financiële tegenvaller

Hoe hoog die naheffing uitvalt, hangt onder andere af van de cataloguswaarde van de auto, het bijtellingspercentage en de persoonlijke fiscale situatie van de werknemer. Een medewerker kan dus niet alleen vanaf oktober een lager nettosalaris ontvangen, maar daarnaast ook nog een belastingaanslag krijgen over de eerste negen maanden van het jaar. Dat is iets waar werknemers zich lang niet altijd van bewust zijn.

Ons advies: denk goed na over het moment van wijzigen.

Wil een medewerker de auto van de zaak voortaan ook privé gebruiken? Bespreek dan vooraf wat de financiële gevolgen zijn. Is het mogelijk om nog even te wachten met het privégebruik? Dan kan het verstandig zijn om pas per 1 januari van het volgende kalenderjaar over te stappen op bijtelling. Zo voorkom je dat er alsnog belasting betaald moet worden over de voorgaande maanden van dit jaar waarin de auto uitsluitend zakelijk werd gebruikt.

Let wel: zodra duidelijk is dat de werknemer in het lopende kalenderjaar de toegestane grens gaat overschrijden, moet de verklaring worden ingetrokken. De wijziging mag niet worden uitgesteld terwijl er al meer privé wordt gereden dan toegestaan.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Ook voor werkgevers is het belangrijk om alert te zijn op wijzigingen in het privégebruik van een auto van de zaak. Informeer medewerkers daarom tijdig over de mogelijke gevolgen en zorg dat wijzigingen correct worden verwerkt in de salarisadministratie. Een goede voorbereiding kan een onverwachte financiële tegenvaller voorkomen.

Vragen over de bijtelling?

Twijfel je over de gevolgen van een wijziging in het privégebruik van een auto van de zaak? Neem dan gerust contact op met VOPAS. We kijken graag met je mee, zodat jij en je medewerkers niet voor verrassingen komen te staan.

15 oktober 2026