Heb je als werkgever één of meerdere bestelauto’s die door meerdere werknemers op wisselende momenten worden gebruikt, en waarbij privégebruik is toegestaan? Dan kun je gebruikmaken van een fiscaal gunstige regeling: de eindheffing voor doorlopend afwisselend gebruik.

Om de eindheffing te mogen toepassen is het belangrijk dat aan een aantal criteria wordt voldaan:

Bestelauto

Wat precies onder een ‘bestelauto’ valt, staat beschreven in de Wet bpm. In het kort: een bestelauto is een voertuig met een maximaal toegestaan gewicht van 3.500 kilo, met een laadruimte die niet is ingericht voor personenvervoer en een vlakke laadvloer heeft. De auto moet daarnaast voldoen aan de inrichtingseisen voor de laadruimte en mag worden bestuurd met een rijbewijs B. Wil je weten of jouw voertuig aan deze eisen voldoet? Op belastingdienst.nl, onder Eisen aan ombouw en inrichting vind je alle details.

Doorlopend afwisselend gebruik

Van doorlopend afwisselend gebruik is sprake wanneer twee of meer werknemers een bestelauto gebruiken vanwege de aard van hun werkzaamheden, en dit gebruik voortdurend en wisselend plaatsvindt en daarbij ook privé gebruikt mag worden. In zulke gevallen is het vaak lastig om vast te stellen of, en door wie, de bestelauto buiten werktijd privé wordt gebruikt. Ook is het niet eenvoudig om het aantal privékilometers per werknemer te bepalen.

Privé-gebruik

Dit zijn privé-kilometers die met de bestelauto worden gereden. Hier valt niet woon-werkverkeer onder. Die vallen onder zakelijke kilometers. Je kunt bij prive-gebruik denken aan bijvoorbeeld een rit naar een bouwmarkt om grote/zware materialen op te halen voor thuisgebruik. Of een medewerker gebruikt een bestelauto om te verhuizen.

Rittenregistratie bij toepassing van de eindheffing

Wanneer je als werkgever kiest voor de eindheffing bij doorlopend afwisselend gebruik, is het niet verplicht om een volledige rittenregistratie bij te houden. Dit scheelt veel administratieve lasten.

Ons advies: voer wel een vereenvoudigde registratie waarin je noteert welke medewerker op welke dag/tijdstippen met de bestelauto heeft gereden. Dit is niet verplicht, maar kan erg handig zijn bij het afhandelen van bijvoorbeeld verkeersboetes of andere situaties waarin duidelijkheid nodig is over het gebruik van de auto.

Door middel van onderstaand stroomschema kan vastgesteld worden of het mogelijk is de eindheffing toe te passen op de bestelauto of dat er wellicht bijtelling door een werknemer betaalt dient te worden.

Voorbeeld 1

Je hebt als werkgever één bestelauto staan die ook privé gebruikt mag worden. Werknemer Jan gebruikt de bestelauto een paar dagen als zijn auto naar de garage moet. Werknemer Eline gebruikt de bestelauto om een plant op te halen voor haar woning. Werknemer Kees gebruikt de bestelauto om spullen te doneren bij een kringloopwinkel. Gedurende het jaar zijn er meerdere van dit soort incidentele situaties, zonder vaste structuur of regelmaat in het privégebruik.

In dit geval is er sprake van doorlopend afwisselend gebruik. Omdat de auto niet aan één specifieke werknemer is toe te rekenen, mag je als werkgever kiezen voor de toepassing van de vaste eindheffing van € 438 per bestelauto per jaar (bedrag voor 2025). Er hoeft dan geen rittenregistratie te worden bijgehouden en er geldt geen bijtelling voor de werknemers.

Voorbeeld 2

Je hebt als werkgever één bestelauto staan die ook privé gebruikt mag worden. Werknemer Jan gebruikt de bestelauto elke maandag en dinsdag.Werknemer Eline gebruikt de bestelauto elke woensdag en donderdag. Werknemer Kees gebruikt de bestelauto elke vrijdag, zaterdag en zondag. Er is dus sprake van een vaste verdeling van het gebruik per werknemer.

In deze situatie is geen sprake van doorlopend afwisselend gebruik. De bestelauto is namelijk structureel toe te rekenen aan specifieke werknemers op vaste dagen. Daarom moeten de normale bijtellingsregels worden toegepast per werknemer.

6 oktober 2025