Directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) moeten in 2026 rekening houden met een hoger gebruikelijk loon. Het zogeheten dga-salaris komt voor 2026 uit op € 58.000,- per jaar, een stijging van € 2.000,- ten opzichte van het gebruikelijk loon in 2025 en 2024. Daarmee wordt de lat voor het verplichte dga-salaris opnieuw iets hoger gelegd.

Waarom is er een gebruikelijkloonregeling?

Een dga heeft vaak een dubbele rol: die van directeur én werknemer van de eigen bv. Om te voorkomen dat er slechts een minimaal salaris wordt uitgekeerd en het overige inkomen via dividend loopt, kent de wet de gebruikelijkloonregeling. Deze regeling verplicht de dga zichzelf een salaris toe te kennen dat past bij de werkzaamheden en vergelijkbaar is met wat in loondienst gebruikelijk zou zijn.

De gebruikelijkloonregeling geldt voor iedereen die:

Iemand heeft een aanmerkelijk belang als diegene:

Hoe wordt het gebruikelijk loon bepaald?

De wet werkt met een toets op het minimale gebruikelijk loon. In de praktijk moet het dga-salaris minimaal het hoogste zijn van deze drie bedragen:

Het hoogste bedrag van deze drie vormt uiteindelijk het verplichte dga-salaris.

Normbedrag omhoog in 2026

In zowel 2024 als 2025 bedroeg het vaste normbedrag € 56.000,-. Vanaf 2026 wordt dit bedrag verhoogd naar € 58.000,- per jaar. Voor veel dga’s betekent dit een hoger minimaal salaris en daarmee mogelijk ook hogere loonheffingen.

Wanneer is een lager gebruikelijk loon mogelijk?

In sommige situaties mag een dga een lager gebruikelijk loon hanteren, bijvoorbeeld bij parttime werkzaamheden of wanneer de bv financieel in zwaar weer verkeert (of gaat verkeren bij uitbetaling gebruikelijk loon). De bewijslast ligt daarbij volledig bij de dga. Er moet overtuigend worden aangetoond waarom een lager salaris gerechtvaardigd is. In de praktijk blijkt dit lastig: rechters accepteren een lager loon dan het normbedrag doorgaans alleen in uitzonderlijke gevallen. Zonder sterke onderbouwing blijven de wettelijke criteria leidend.

2 maart 2026