Het kabinet en sociale partners hebben in het akkoord Gezond naar het pensioen afgesproken dat de RVU-drempelvrijstelling vanaf 1 januari 2026 structureel wordt voortgezet. Hiermee krijgen werkgevers en werknemers meer ruimte om afspraken te maken over eerder stoppen met werken voor mensen die door zwaar werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. De regeling blijft gelden voor de laatste 36 maanden vóór de AOW-gerechtigde leeftijd. Deze termijn wordt niet verkort.

Hoogte RVU-drempelvrijstelling

De RVU-drempelvrijstelling is gekoppeld aan de AOW-uitkering voor een ongehuwde.

In 2025 bedroeg deze € 2.273,- per maand. Per 1 januari 2026 is dit bedrag:

Daarmee komt de RVU-drempelvrijstelling op € 2.357,- tot max € 2.657,- per maand. De extra € 300 is bedoeld voor knellende situaties, bijvoorbeeld bij een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen. Cao-partijen bepalen zelf of en hoe zij deze ruimte inzetten.

Gerichte inzet en monitoring

De RVU is bedoeld voor werknemers die door zwaar werk niet gezond hun pensioen kunnen halen. Er zijn geen wettelijke criteria voor ‘zwaar werk’, maar sociale partners hebben afgesproken de regeling gericht en beheerst toe te passen. Het gebruik wordt jaarlijks gemonitord; het eerstvolgende monitoringsmoment is voor de zomer van 2026.

Geen overgangsrecht

Het kabinet kiest niet voor aanvullend overgangsrecht bij de verhoging van de pseudo-eindheffing. Redenen hiervoor zijn extra kosten en uitvoeringscomplexiteit. De meeste RVU-uitkeringen blijven binnen de vrijstelling en zijn daardoor niet belast met deze heffing. De pseudo-eindheffing is op dit moment 57,7%. Volgens de kabinetsplannen loopt de pseudo-eindheffing de komende jaren geleidelijk op tot 65% in 2028.

Wat betekent dit in de praktijk?

De structurele voortzetting van de RVU-drempelvrijstelling betekent dat sectoren en werkgevers vanaf 2026 meer continuïteit hebben bij het maken van afspraken over eerder uittreden. De inzet van de regeling blijft maatwerk en vindt plaats binnen cao-afspraken of bedrijfsregelingen.

Of en in welke mate gebruik wordt gemaakt van de extra fiscale ruimte van
€ 300,- per maand, hangt af van keuzes van cao-partijen en de specifieke situatie van werknemers.

2 maart 2026